Sorry

De ruzie was begonnen bij zijn weigering om naar bed te gaan. Gevolgd door zijn weigering om van zijn telefoon af te komen. Hij had lelijke dingen gezegd. Dat wij nooit wat voor hem deden. Dat zijn vader hem niet aan mocht raken. Nooit meer. Dat het hem niks interesseerde wat wij vonden. Hij was naar boven vertrokken. Had deuren dicht gesmeten terwijl zijn zusje net sliep. Ik was hem achternagegaan, had geroepen dat zijn gedrag echt niet kon, dat het respectloos was. Dat het moeilijk was, deze tijd, en we het samen moesten doen. Hij had me minachtend aangekeken, zijn handen in zijn zij, en zich omgedraaid naar de wc. Demonstratief de deur op slot gedaan.

Mijn hartslag steeg, mijn ademhaling versnelde. De machteloosheid als hij zich terugtrekt, onbereikbaar is. Het gebrek aan respect. Het maakte me woedend.

‘Stap eruit,’ zei ik zacht tegen de wc-deur en tegen mezelf. ‘Stap eruit, voor we weer in een ongecontroleerde woordenwedloop terecht komen.’ Ik keek verlangend naar links, naar mijn bed. De dekens ver over mijn hoofd trekken, en zo een paar dagen blijven liggen. Dat was wat ik wilde. Ik deed het niet. Liep de trap af, naar beneden. De wc-deur bleef op slot.

‘We moeten huisregels maken en die aan de muur hangen,’ zei ik tegen mijn man. ‘We zijn zulke softies. Hij wilde net wat terugzeggen, toen de kamerdeur openging.

‘Sorry.’ Hoofd naar de grond, lange haren voor zijn ogen, draaiend op zijn tenen. Ik huilde al voor hij dat deed.

‘Sorry dat ik zo doe. Sorry dat ik zo ben.’ Zijn vader trok hem naar zich toe. Zijn tranen kwamen uit mijn ogen. ‘Ik wil dat soort dingen niet zeggen, soms lijkt het of iemand anders het doet. Ik kan het niet controleren.’ Zelfs zijn tranen zijn groot denk ik, kijkend naar zijn lange puberlijf. Wat is dit verdomme een klus, vloek ik inwendig.

Ik wilde niet opnieuw klagen, maar hem zien afglijden brak mijn hart

Die middag had ik na lang twijfelen een mail naar school gestuurd. Vier weken eerder, net na de schoolsluiting had ik al aan de bel getrokken. Het gebrek aan structuur in het thuiswerk, dat ze zelf hun leerstof van websites af moesten halen, het werkte niet. Ik wilde in de laatste weken die hem als achtstegroeper nog restte op deze school niet opnieuw klagen, maar hem zo zien afglijden, brak mijn hart. Het gemis van zijn klasgenoten, zichzelf moeten motiveren, de eindeloze hoeveelheid lange dagen, de chronische onderprikkeling. Er gebeurde hetzelfde als tijdens vakanties, chagrijn, ultieme puberdwarsheid, en eindeloos willen gamen. Er gebeurde waar ik bang voor was toen de schoolsluiting bekend werd gemaakt.

Ik smeekte in de mail om meer online groepslessen. Om het persoonlijk te maken in deze tijden van afstand. Om ons als ouders te ontlasten. ‘Dat past niet in het montessorisysteem waarin kinderen al vanaf groep 3 zelfstandig leren werken,’ mailde de juf. ‘Hij kan individueel een lesje vragen.’

‘Hij heeft verbinding nodig,’ riep ik tegen mijn mailbox. ‘Contact, begeleiding. Hij vraagt geen lesjes omdat hij niet wil toegeven dat hij iets niet snapt, want dan vindt hij zichzelf ‘raar en dom en anders.’ Ik riep tegen mijn mailbox wat ik al jaren roep en nooit werd gehoord.

‘Er is niks leuks meer,’ snikt hij. Zijn hoofd op zijn vaders buik. ‘Geen voetbal, geen school, geen vrienden, geen musical. Ik voel me vaak zo rottig vanbinnen.’ Ik slik. Veeg over mijn wangen. Het is niet de bedoeling dat zijn moeder harder huilt dan hij. ‘Wat doe je als je je zo voelt?’

‘Gamen. Dan voel ik niks meer.’ Ik knijp in zijn hand. ‘Wat knap dat je dit komt zeggen. Wat fijn dat je zo bent.’

Miloe van Beek

Freelance journalist, auteur, schrijf & blogtrainer. Ik geef schrijf- en blogtrainingen voor zzp-ers en ondernemers die met verhalen in contact met hun klanten willen komen.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top
0 Shares
Share
Tweet
Share