Het is oké

‘Het is oké,’ zeg ik tegen Farah, het hondje uit Turkije dat we een half jaar geleden adopteerden. Ze kijkt me vragend aan en kom dan kwispelend naar me toe gelopen.

‘Het is helemaal niet oké!’ bromt de oudere man waar ze net wat te lang achteraan was gelopen. Mijn hartslag versnelt, net als mijn ademhaling. ‘Ze heeft nare dingen meegemaakt als pup,’ wil ik roepen, ‘en daarom doet ze soms een beetje gek als ze mannen ziet met een hoofddeksel. Dat is angst, ik stel haar zo gerust.’

Ik adem de winterlucht in, slik alle woorden weg, recht mijn rug en loop verder. Ik denk aan het filmpje dat ik een paar dagen eerder op Facebook zag. Een vader bleef rustig zitten toen zijn peuterzoontje een driftbui had, huilde, schopte, sloeg. Ik herkende het gedrag van mijn eigen zoon toen hij peuter was. Wat had ik graag gewild dat ik tien jaar geleden kon wat deze vader deed, de rust bewaren, erbij blijven, uitstralen dat het oké is, wat je ook voelt. De peuter liet uiteindelijk moegestreden zijn hoofd rusten op zijn vaders schouder en klemde zich als een aapje aan hem vast.

Ik leerde het de afgelopen jaren met vallen en opstaan, niks meer vinden van woede, frustratie en verdriet, maar erbij te blijven. Tot ik twee maanden geleden zelf omviel en het leek of ik niet meer wist hoe dat ook alweer moest, rustig blijven als de emoties bij anderen oplopen.

‘Het lijkt of er soms een mannetje in mijn hoofd zit dat mij bestuurt,’ zei ik tegen mijn oudste na de knallende ruzie waarmee pakjesavond eindigde. ‘Als jij boos of chagrijnig bent, drukt hij op een knopje waardoor ik ook ontplof. Dat spijt me,’ zei ik.

‘Misschien moeten jij en dat mannetje gewoon wat eerder naar bed,’ adviseerde mijn oudste.

Ik grinnikte. Zo krijg je alles wat je tegen je kinderen zegt vroeg of laat zelf om je oren.

Een half uur later zak ik naast mijn man op de bank. Ook met hem heb ik nog wat uit te praten.

‘Ik heb het gevoel dat ze er niet mogen zijn, die emoties. Dat woede, somberheid, verdriet en angst weg moeten. Dat we zo snel mogelijk weer moeten doorgaan op de oude voet. Gepolijst en beheerst.’

‘Geef ik je dat gevoel?’ wilde hij weten.

Ik knik. ‘Ik weet dat je bedoelingen goed zijn, maar de actiestand, het willen oplossen, helpt mij niet.’

‘Wat moet ik dan doen?’ vroeg hij.

Ik haal adem. Het mannetje in mijn hoofd staat klaar om te gillen dat hij dat zelf toch wel kan bedenken.

‘Niets. Naast me staan. Vragen of het gaat, en als ik afwezig knik omdat ik niet weer wil huilen, daar geen genoegen mee nemen. Niet de tafel dekken, niet de kinderen roepen, niet ze berispen als ze brutaal zijn, niet je telefoon pakken. Me aankijken. Aanraken. Vragen of ik een wijntje wil. Of ik wil gaan zitten. Zeggen dat het oké is, wat ik ook voel en ervaar.’

‘Ik wil je zo graag helpen,’ zei hij.

‘Ik weet het,’ snotter ik. ‘En ik wil zo graag gezien worden. Gehoord worden. Als ik boos ben. Als ik zwijg. Als ik wil verdwijnen.’

‘Het is wel oké,’ zeg ik tegen Farah terwijl ik de herfstbladeren wegschop. ‘Het is wel oké,’ zeg ik tegen de man met hoofddeksel die al lang verdwenen is. Het is wel oké,’ zeg ik tegen mezelf. ‘Het is wel oké,’ zeg ik tegen iedereen die worstelt, wankelt, soms de controle verliest, geen feestelijk gevoel heeft deze maand, de tranen niet meer weg kan slikken, de boosheid niet meer weg kan lachen. Het. Is. Helemaal. Oké.

Miloe van Beek

Freelance journalist, auteur, schrijf & blogtrainer. Ik geef schrijf- en blogtrainingen voor zzp-ers en ondernemers die met verhalen in contact met hun klanten willen komen.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top
0 Shares
Share
Tweet
Share